Huispedia Woningmarkt Trendrapport Q2 2026
Inzichten op landelijk niveau
Gemiddelde overbieding neemt weer toe
In figuur 1 is te zien dat over de gemiddelde overbieding in het tweede kwartaal van 2026 voor het eerst in een half jaar weer toenam. In het tweede kwartaal werd gemiddeld 4,8% boven de vraagprijs geboden. Een kwartaal eerder bedroeg dit 4,7%.
Figuur 1: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per kwartaal
Frequentie van overbieden neemt op kwartaalbasis licht af
In figuur 2 is te zien dat het percentage biedingen boven de vraagprijs is gedaald over het gehele tweede kwartaal. Dit percentage daalde van 71,4% in het eerste kwartaal naar 70,5% in het tweede kwartaal. Tegelijkertijd steeg het percentage woningen die onder de vraagprijs zijn verkocht van 21,5% naar 22,5%. Het percentage biedingen op de vraagprijs vertoonde een lichte daling, van 7,2% naar 7,0%.
Figuur 2: Percentage van de woningen onder- of overgeboden per kwartaal
Woningen worden minder vaak laag in de markt gezet
In figuur 3 is de verdeling van het Huispedia vraagprijsinzicht te zien. Hierbij wordt de vraagprijs vergeleken met de Huispedia Woningwaarde. Figuur 3 toont aan dat in het tweede kwartaal woningen minder vaak laag in de markt (onder de waarde) worden gezet dan een kwartaal eerder: dit nam af van 70,9% naar 64,9% van de woningen. Daarnaast neemt het percentage verkochte woningen met een redelijke vraagprijs (binnen de waarde) juist toe van 23,1% naar 28,1%. Woningen worden vaker met een vraagprijs boven de waarde te koop gezet, een toename van 6% naar 7% van de verkochte woningen.
Figuur 3: Verdeling van het Huispedia vraagprijsinzicht over verkochte woningen per kwartaal
Op woningen die laag in de markt staan wordt nog steeds het meest overboden
In figuur 4 is te zien dat op woningen die laag in de markt worden gezet, nog steeds meer wordt overboden dan bij andere woningen. Stond een woning laag in de markt, dan werd daar in het tweede kwartaal gemiddeld 5,6% boven de vraagprijs geboden. Dat is meer dan bij woningen met een redelijke vraagprijs (3,6%). Bij woningen die hoog in de markt worden gezet, wordt juist gemiddeld onder de vraagprijs geboden (-1%). Voor woningen die redelijk in de markt worden gezet, is het percentage overbieden toegenomen ten opzichte van het vorige kwartaal. Voor woningen die hoog in de markt worden gezet is dat juist verder afgenomen.
Figuur 4: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs verdeeld per Huispedia vraagprijsinzicht per kwartaal
Prijsverlagingen bereiken hoogste punt sinds drie jaar
Naast statistieken over onder- en overbieden houdt Huispedia ook actief de prijshistorie bij van woningen die te koop worden gezet. Op nationaal niveau blijkt uit figuur 5 dat woningen vaker in prijs worden verlaagd. In het tweede kwartaal van 2026 werd 13,5% van alle woningen die te koop werden gezet later opnieuw aangeboden met een lagere vraagprijs. In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg dit nog 12,4%. Voor het laatst werden in het vierde kwartaal van 2023 zoveel woningen in prijs verlaagd (13,9%).
Figuur 5: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per kwartaal
Op woningen met een prijsverlaging wordt fors minder overboden
Figuur 6 laat zien dat in het tweede kwartaal minder werd overboden op woningen met een verlaagde vraagprijs. Bij deze woningen werd 3,2% boven de vraagprijs geboden, terwijl het landelijk gemiddelde op 4,8% lag.
Figuur 6: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs
Bijna een derde van de woningen met een prijsverlaging wordt onderboden
Figuur 7 laat zien dat bij ongeveer een derde van de verkochte woningen met een verlaagde vraagprijs de woning uiteindelijk onder de vraagprijs wordt verkocht (31,2%). Dit is meer dan het landelijk gemiddelde van 22,5%. Ook wordt er minder vaak overboden (57,6%) dan het landelijk gemiddelde (70,5%).
Figuur 7: Verdeling onder-, op-, of overbiedingen voor alle verkochte woningen vs. verkochte woningen met een prijsverlaging
Overbieden gebeurt gemiddeld nog steeds in alle segmenten
Figuur 8 laat zien dat er in het tweede kwartaal in alle segmenten gemiddeld werd overboden. In het lage segment (verkoopprijs onder €450.000) werd gemiddeld 5,2% boven de vraagprijs geboden, iets meer dan de 5,1% van vorig kwartaal. In het middensegment (verkoopprijs tussen €450.000 en €1.000.000) werd gemiddeld 4,7% overboden, iets meer dan de 4,6% van het eerste kwartaal. In het hoge segment (verkoopprijs boven €1.000.000) lag de gemiddelde overbieding op 0,5%, iets lager dan vorig kwartaal (0,8%).
Figuur 8: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per kwartaal per segment
Hoe vaak er wordt overboden nam licht af in alle segmenten
Figuur 9 laat zien dat in het tweede kwartaal overbieden over alle segmenten licht afnam. In het middensegment nam de frequentie van overbieden het sterkst af (van 71,1% van de verkochte woningen naar 69,8%), terwijl dit in het lage (verkoopprijs tot €450.000) juist het minst afnam, van 74,2% naar 73,8% van de verkochte woningen. In het hoge segment nam dit af van 42,3% naar 39,5%.
Figuur 9: Percentage van de verkochte woningen dat is overboden per kwartaal per segment
In het hogere segment minder prijsverlagingen, in overige segmenten juist meer
Figuur 10 laat zien dat in het tweede kwartaal van 2026 in het lage en middensegment meer woningen in prijs zijn verlaagd. In het lage segment nam dit het sterkst toe, met 1,9 procentpunt van 9,7% naar 11,6%. In het middensegment nam dit toe van 14,7% naar 5%. In het hoge segment was juist een forse afname te zien: van 19,1% naar 16,1%.
Figuur 10: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per kwartaal per segment
Prijsverlagingen nemen het sterkst toe bij appartementen
Figuur 11 laat zien dat prijsverlagingen vooral bij appartementen een stuk vaker toenamen, van 12,7% in het eerste kwartaal van 2026 tot 14,9% in het tweede kwartaal. Voor woonhuizen nam het aantal prijsverlagingen ook toe, van 12,3% naar 13%.
Figuur 11: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per kwartaal per woontype
Alleen appartementen in het hoge segment werden minder vaak in prijs verlaagd
Figuur 12 laat zien dat prijsverlagingen bij appartementen in alle segmenten toenamen, behalve voor het hoge segment. Hier nam het aantal prijsverlagingen juist af van 25,2% in het eerste kwartaal van 2026 tot 21,9% in het tweede kwartaal van 2026. In het lage segment werd de vraagprijs vaker verlaagd (van 10,5% naar 12,9%) net als in het middensegment (van 16,5% naar 18,1%).
Figuur 12: Percentage appartementen dat in prijs is verlaagd per segment per kwartaal
Prijsverlagingen namen toe bij alle woningen toe behalve bij woningen met label F en G
Figuur 13 laat zien dat in het tweede kwartaal van 2026 prijsverlagingen voor bijna elk energielabel vaker zijn voorgekomen. Alleen woningen met energielabel F of G werden minder vaak in prijs verlaagd. In het eerste kwartaal werd 12,7% van de woningen met label G in prijs verlaagd, wat in het tweede kwartaal afnam tot 12,2%. Voor label F nam dit af van 15,3% van de woningen naar 15,1%. Vooral woningen met energielabel E werden een stuk vaker in prijs verlaagd: hier steeg het aantal woningen met een prijsverlaging van 12,4% naar 14,2%.
Figuur 13: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per kwartaal per energielabel
Makelaarsprestaties
Er blijken grote verschillen te zijn in makelaarsprestaties. Hiervoor zijn de prestaties (verkoopprijzen minus de woningwaarde van de verkochte woningen) van de 25% best presterende makelaars vergeleken met die van de 25% minst presterende makelaars. Gemiddeld ligt er €38.558,12 tussen de meerwaarde van de best presterende 25% van makelaars en de minst presterende 25%. De meerwaarde van de bestverkopende 25% makelaars ligt 3,8% hoger dan de gemiddelde makelaar, terwijl de meerwaarde van de minst presterende 25% van de makelaars gemiddeld 3,5% lager ligt dan die van de gemiddelde makelaar.
Inzichten op provinciaal niveau
In Utrecht en Groningen wordt gemiddeld het hoogst overboden, in Zeeland het laagst
In figuur 14 is op provinciaal niveau te zien dat in Utrecht en Groningen gemiddeld het hoogst wordt overboden (respectievelijk 7,7% en 7,6%) en in Zeeland het laagst (2,1%).
Figuur 14: Gemiddelde overbieding tweede kwartaal van 2026 per provincie
Gemiddelde overbieding neemt in Overijssel het meest af
In figuur 15 is op provinciaal niveau te zien dat de provincies grote verschillen vertonen in overbieden. In alle provincies nam overbieden toe, behalve in de provincies Friesland, Gelderland, Noord-Brabant en Overijssel. In de provincie Zeeland nam de gemiddelde overbieding het meest toe: van 1,2% in het eerste kwartaal tot 1,9% in het tweede kwartaal van 2026. In de provincie Overijssel nam overbieden het meest af, van 4,7% naar 4,1%.
Figuur 15: Gemiddelde overbieding per provincie, per kwartaal
Alleen in Groningen, Noord-Holland en Zeeland vaker overboden
In figuur 16 is op provinciaal niveau te zien dat in bijna alle provincies minder vaak werd overboden. In de provincie Flevoland werd het vaakst overboden (83,3%), in Zeeland juist het minst vaak (51,3%). Alleen in Groningen, Noord-Holland en Zeeland werd vaker overboden in het tweede kwartaal van 2026 (respectievelijk 78,3%, 72,1% en 51,3%) vergeleken met in het eerste kwartaal (77,9%, 71,7% en 49,9%).
Figuur 16: Percentage van de verkochte woningen waarbij is overboden per kwartaal per provincie
Meeste woningen staan nog laag in de markt, maar grote regionale verschillen
De regionale verschillen in hoe een woning in de markt wordt gezet, zijn te zien in figuur 17. In Flevoland werden de meeste woningen laag in de markt gezet: 77,3% van de woningen had hier een vraagprijs onder de waarde van de woning.
In Friesland werden juist de minste woningen met een lage vraagprijs te koop gezet: 49,5%. Het hanteren van een redelijke vraagprijs die past bij de waarde van de woning is hier het populairst, dit gebeurt bij meer dan een derde van de woningen (37,2%).
Ook het hoog in de markt zetten van woningen is in Friesland relatief populair: bij 12,9% van de woningen lag de vraagprijs boven de woningwaarde. In Flevoland kwam dit juist het minst voor, met slechts 3,2% van de woningen.
Figuur 17: Verdeling van het Huispedia vraagprijsinzicht over verkochte woningen per kwartaal per provincie
Meeste prijsverlagingen in Zeeland, minst in Groningen
Figuur 18 laat per provincie zien hoeveel procent van de woningen opnieuw te koop is gezet met een lagere vraagprijs. In alle provincies nam het aantal prijsverlagingen toe vergeleken met een kwartaal eerder. De grootste toename kwam voor in Zeeland. Hier kwam 17,3% van de woningen opnieuw te koop met een lagere vraagprijs, vergeleken met 13,8% een kwartaal eerder. In Zeeland werden dan ook woningen het vaakst opnieuw te koop gezet met een lagere vraagprijs, terwijl dit in Groningen het minst vaak gebeurde (9,1%).
Inzichten op gemeentelijk niveau
Hoogst overboden in en rondom Utrecht, juist onderboden in Baarn
Om op gemeentelijk niveau betrouwbare uitspraken te kunnen doen, worden alleen gemeenten met minimaal 50 verkochte woningen in het tweede kwartaal van 2026 meegenomen. Dit resulteert in 278 geschikte gemeenten.
In figuur 19 is de gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs te zien in de hoogste en laagste 5 gemeenten. In de gemeenten Utrecht (13,3%) Nieuwegein (12%), Groningen (10,5%), IJsselstein (10%) en Beuningen (9,8%) werd het meest overboden in het tweede kwartaal. Ook zijn er gemeenten waar gemiddeld werd onderboden. Zo werd er in Baarn (-9,6%) gemiddeld het meest onder de vraagprijs geboden.
Voor de complete lijst met alle geschikte gemeenten, zie figuur 22.
Figuur 19: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs hoogste en laagste 5 gemeentes
Vaakst onderboden in Sluis terwijl in Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein juist vaakst wordt overboden
In figuur 20 wordt de verdeling van onder, op of boven de vraagprijs bieden voor de gemeenten weergegeven. Hieruit blijkt dat in Sluis relatief het grootste percentage woningen onder de vraagprijs is verkocht, namelijk 75,3%, waar het landelijk gemiddelde op 22,6% ligt. In de gemeenten Duiven, Utrecht en Stede Broec is voor het tweede kwartaal van 2026 het hoogste aandeel aan overboden woningen te vinden, namelijk respectievelijk 94,5%, 93,2% en 92,3%.
Voor de complete lijst met alle geschikte gemeenten, zie figuur 23.
Figuur 20: Verdeling over- en onderbieden hoogste en laagste 5 gemeentes
Woningen vaakst laag in de markt in Deurne
Ook op het gebied van het Huispedia vraagprijsinzicht voor verkochte woningen per gemeente zijn er aanzienlijke verschillen te zien (zie figuur 21). In Deurne werd 90,3% van de verkochte woningen laag in de markt gezet. Aan de andere kant zijn er gemeenten waar een veel lager percentage woningen met een lage vraagprijs is verkocht. Wijdemeren spant de kroon met slechts 26,8% van de verkochte woningen. In Koggenland worden opmerkelijk veel woningen (53,7%) juist met een redelijke vraagprijs te koop gezet.
Voor de complete lijst met alle geschikte gemeenten, zie figuur 24.
Figuur 21: Verdeling Huispedia vraagprijsinzicht hoogste en laagste 5 gemeentes
Figuur 22: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per gemeente
Figuur 23: Verdeling van onder, op of boven de vraagprijs bieden over verkochte woningen per gemeente
Figuur 24: Verdeling Huispedia vraagprijsinzicht per gemeente
Inzichten op stedelijk niveau
Hoogst overboden in Utrecht, het laagst in Eindhoven
Uit figuur 25 blijkt dat Utrecht de grootste uitschieter is als het gaat om het gemiddelde percentage overbieden, met een gemiddelde overbieding van 23,6%. Groningen volgt op de tweede plaats met 11,1%. Onder de grote steden wordt in Eindhoven het minst overboden, met een gemiddeld percentage van 2,9%.
Figuur 25: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per stad
Woningen worden het vaakst in prijs verlaagd in Haarlem, Eindhoven en Lelystad
Uit figuur 26 blijkt dat het percentage prijsverlagingen in het tweede kwartaal verschilt tussen de grote steden. In Haarlem, Eindhoven en Lelystad worden woningen relatief het vaakst opnieuw te koop gezet met een lagere vraagprijs. Dit gebeurde bij 19% van de verkochte woningen. Appartementen werden het vaakst in prijs verlaagd in Lelystad (23%), woonhuizen het meest in Eindhoven (20%). In Groningen worden zowel appartementen (6,1%) als woonhuizen (7,7%) het minst vaak in prijs verlaagd.
Figuur 26: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per stad
Toegankelijkheid: woningaanbod, vraag en transacties
Opnieuw duizenden extra woningen beschikbaar door ‘open voor interesse’
Om op de woningmarkt meer woningen beschikbaar te maken, biedt Huispedia woningeigenaren de optie om hun woning ‘open voor interesse’ te zetten. Uit figuur 27 blijkt dat hierdoor aan het eind van het tweede kwartaal ruim 8.500 extra woningen beschikbaar zijn gekomen.
Figuur 27: Aantal woningen dat ‘open voor interesse’ staat op Huispedia
Minder bezichtigingen in het tweede kwartaal van 2026
Uit figuur 28 blijkt dat het aantal bezichtigingen per te koop gezette woning in het tweede kwartaal van 2026 4,93% lager lag dan het aantal bezichtigingen in het eerste kwartaal van 2026.
Figuur 28: Index van het aantal bezichtigingen per te koop gezette woning per kwartaal, met Q1 als index = 100
Aantal verkochte woningen neemt weer toe
Uit figuur 29 blijkt dat in het tweede kwartaal van 2026 68.812 woningen werden verkocht. Dat is 6,8% meer dan in het vorige kwartaal en 7,8% meer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.
Figuur 29: Aantal verkochte woningen per kwartaal