Vandaag is het Prinsjesdag. Deze keer zonder Gouden Koets en publiek, maar nog steeds presenteert het kabinet de Miljoenennota met de financiële plannen voor 2021. Wat verandert er precies en wat ga je daar als (potentieel) huiseigenaar van merken? Onze financiële experts zetten de nieuwe maatregelen en effecten op jouw woningwaarde op een rijtje. Zo weet jij ook 2021 waar jouw woning staat.

Overdrachtsbelasting starter omlaag, belegger omhoog

Het hing al een tijd in de lucht en nu is het definitief. Jonge starters op de woningmarkt betalen straks geen overdrachtsbelasting meer bij de aankoop van een huis. Normaal betaal je als koper voor de overdracht van een woning 2% van de aankoopsom. Op een woning van €250.000 scheelt dat een starter dus €5.000 aan overdrachtsbelasting. De maatregel geldt alleen voor starters tussen de 18 en 35 jaar die een huis kopen en daar zelf in gaan wonen. Aangezien starters straks hierdoor meer te besteden hebben kan dit als gevolg hebben dat de woningwaardes in het startersegment op termijn gaan stijgen.

Daartegenover staat dat vastgoedbeleggers en kopers van een tweede huis een hoger tarief voor de overdrachtsbelasting betalen. Koop je een woning om die vervolgens te verhuren, dan betaal je in 2021 fors meer overdrachtsbelasting: 8% in plaats van 2%. Bij een woning van bijvoorbeeld €350.000 betaal je nu €7.000 aan belasting, volgend jaar is dat €28.000. Vastgoedbeleggers moeten dus fors meer betalen voor het aanschaffen van nieuwe woningen. Het gevolg is mogelijk dat dit doorberekend gaat worden in de huurprijzen en deze op de lange termijn zullen stijgen.

Belasting op elektriciteit daalt, belasting op gas stijgt

Vorig jaar is al aangekondigd dat de belasting op elektriciteit in 2021 daalt en op gas stijgt. Hiermee wil het kabinet duurzamer energieverbruik stimuleren; overstappen van aardgas naar elektrische en meer duurzame warmteopties wordt aantrekkelijker. Waar zie je dit terug? De energiebelasting draag je af via je energierekening. Woningen die volledig op elektrische energie en duurzame warmteopties zijn overgegaan kunnen hierdoor mogelijk in extra in waarde stijgen.

Heffingsvrij vermogen omhoog

Het heffingsvrij vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, gaat verder omhoog naar € 50.000 per belastingbetaler. Dat betekent dat je in 2021 veel minder inkomstenbelasting moeten betalen in box 3 over jouw vermogen. Hierdoor is het voor particulieren aantrekkelijker om tot €50.000 het geld op de bank te laten in plaats van te investeren in woningen met hogere overdrachtsbelasting.

Minder voordeel hypotheekrenteaftrek bij een hoog inkomen

Als je jaarinkomen hoger is dan €68.507, heb je per 1 januari 2021 minder voordeel van de hypotheekrenteaftrek: het aftrekpercentage daalt van 46% naar 43%. Ook de rente over restschulden, betaalde alimentatie en giften zijn tegen dit lagere percentage aftrekbaar.

O ja, ook handig om te weten.

Het is belangrijk om te weten waar jouw huis staat, ook vooruitkijkend naar 2021. Er zijn namelijk een aantal belangrijke zaken die eraan komen die niet tijdens Prinsjesdag gepresenteerd worden. Wij zetten alles voor jou even op een rijtje:

WOZ-waarden gaan omhoog

De huizenprijs stijgen en daarmee gaan de WOZ-waarden in 2021 volgens de waarderingskamer met 6-8% omhoog. De hoogte van je WOZ-waarde is bepalend voor de hoogte van een aantal belastingen, zoals de onroerendezaakbelasting (ozb). We houden dit goed voor jou in de gaten en laten je begin 2021 weten of jouw WOZ-waarde klopt. Wil je meer weten over jouw WOZ-waarde en of die klopt? Lees hier meer.

Tweeverdieners kunnen meer lenen

Het laagste inkomen van tweeverdieners gaat in 2021 waarschijnlijk voor 90% meetellen bij de aanvraag van een hypotheek. In 2020 is dat 80%. Hierdoor kunnen tweeverdieners meer lenen. Uiterlijk in november weten we meer of dit wetsvoorstel definitief is.

Studieschuld telt minder zwaar mee bij hypotheekaanvraag

Een studieschuld telt per 1 januari 2021 mogelijk minder zwaar mee bij de aanvraag van een hypotheek. Hierdoor kun je meer lenen. Nu gebruiken hypotheekverstrekkers een vaste rekensom voor het wegen van de studieschuld, straks wordt de wegingsfactor gekoppeld aan de gemiddelde rente van 5 jaar (de rente van de studieschuld). Is deze bijvoorbeeld onder de 1%, dan is de wegingsfactor in 2021 bij een oude studieschuld 0,65 in plaats van 0,75 en bij een nieuwe studieschuld 0,35 in plaats van 0,45. Ook hier weten we uiterlijk in november of dit wetsvoorstel definitief is.